ECLI:NL:RBDHA:2025:1606

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
5 februari 2025
Publicatiedatum
7 februari 2025
Zaaknummer
NL24.16988
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek machtiging voorlopig verblijf en proceskostenvergoeding wegens niet-tijdig beslissen

Verzoekers hebben beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op aanvragen om een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis. De minister heeft de aanvragen uiteindelijk ingewilligd, waarna verzoekers het beroep hebben ingetrokken en proceskostenvergoeding hebben gevraagd.

De rechtbank overweegt dat verweerder niet binnen de wettelijke termijn heeft beslist en daarmee geheel aan het beroep tegemoet is gekomen. Op grond van artikel 8:75a Awb kan de rechtbank in dat geval de proceskosten toewijzen.

De rechtbank stelt de proceskosten vast op €453,50, gebaseerd op een puntensysteem met een lichte wegingsfactor vanwege het beperkte geschilpunt. De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van deze kosten.

Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot machtiging voorlopig verblijf toe en veroordeelt de minister in de proceskosten van €453,50 wegens niet-tijdig beslissen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
Zaaknummer: NL24.16988
V-nummers: [V-nummer 1], [V-nummer 2], [V-nummer 3], [V-nummer 4] en [V-nummer 5]

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[verzoekster 1], verzoekster 1/referente,

[verzoeker 1], verzoeker 1,
[verzoeker 2], verzoeker 2,
[verzoekster 2], verzoekster 2,
[verzoeker 3], verzoeker 3,
hierna tezamen: verzoekers,
(gemachtigde: mr. G.E. Jans)
en
de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Verzoekers hebben op 17 april 2024 beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op de aanvragen van verzoekster 1 om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis voor verzoeker 1, verzoeker 2, verzoekster 2 en verzoeker 3, van 7 september 2023.
Bij besluit van 2 december 2024 heeft verweerder de aanvragen van verzoekster 1 ingewilligd.
Verzoekers hebben het beroep ingetrokken en daarbij verzocht om verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb [1] uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Bpb. [2] Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.
2. Nu verweerder niet binnen de hiervoor geldende termijn op de aanvragen van verzoekster 1 heeft beslist en deze aanvragen hangende een beroep tegen het niet tijdig beslissen heeft ingewilligd, is verweerder geheel aan het beroep van verzoekers tegemoetgekomen.
3. Het verzoek wordt als kennelijk gegrond toegewezen. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door verzoekers gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Bpb voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op
€ 453,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van
€ 907 met een wegingsfactor 0,5). De rechtbank is van oordeel dat de wegingsfactor ‘licht’ van toepassing is aangezien het beroep alleen ziet op het niet tijdig nemen van een besluit.

Beslissing

De rechtbank:
 veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekers tot een bedrag van
€ 453,50 (vierhonderddrieënvijftig euro en vijftig cent).
Deze uitspraak is gedaan op 5 februari 2025 door mr. K.M. de Jager, rechter, in aanwezigheid van P. Lukanika, griffier, openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Algemene wet bestuursrecht.
2.Besluit proceskosten bestuursrecht.