ECLI:NL:RBDHA:2025:15989
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen vrijheidsontnemende maatregel in grensprocedure asiel
Eiser heeft beroep ingesteld tegen een vrijheidsontnemende maatregel die op 5 augustus 2025 aan hem is opgelegd in het kader van de grensprocedure op grond van artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Tevens verzocht eiser om toekenning van schadevergoeding.
De rechtbank heeft het beroep op 21 augustus 2025 behandeld, waarbij eiser, zijn vrouw en zijn gemachtigde aanwezig waren. Eiser voerde aan dat de behandeling van zijn asielverzoek niet geschikt is voor de grensprocedure, dat originele documenten zijn overlegd en dat het nader gehoor te laat heeft plaatsgevonden. Tevens stelde hij dat de detentie onevenredig bezwarend is vanwege hoge temperaturen en defecte airco, en dat hij onvoldoende is geïnformeerd over de vrijheidsontnemende maatregel.
De rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende voortvarend handelt binnen de termijn van vier weken zoals voorgeschreven in de Procedurerichtlijn. Er is geen reden om te concluderen dat de aanvraag niet binnen de grensprocedure kan worden afgedaan. Ook is geen sprake van detentieongeschiktheid of ontoereikende zorg in het detentiecentrum. De informatieplicht is volgens de rechtbank nageleefd, aangezien een Arabische informatiefolder is uitgereikt.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.