ECLI:NL:RBDHA:2025:15884

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
22 augustus 2025
Publicatiedatum
26 augustus 2025
Zaaknummer
25/4870
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:82 AwbArt. 8:83 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens niet-tijdige betaling griffierecht

Verzoekster heeft een geschil met de gemeente Nieuwkoop over specifieke uitkeringen in het kader van de hersteloperatie Toeslagen en heeft een verzoek om voorlopige voorziening ingediend bij de rechtbank Den Haag. De rechtbank heeft vastgesteld dat het griffierecht van €194,- niet binnen de gestelde termijn is betaald, ondanks een aangetekende brief waarin verzoekster werd verzocht dit alsnog te doen.

Verzoekster heeft geen redenen aangevoerd die het niet-tijdig betalen van het griffierecht kunnen verontschuldigen. Hierdoor is het verzoek volgens artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. De voorzieningenrechter heeft het verzoek niet inhoudelijk beoordeeld en er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.

De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter D. Biever op 22 augustus 2025, zonder zitting, en bindt de rechtbank niet in een eventueel bodemgeding. Verzoekster had eerder aangegeven de zaak aan te houden in verband met mediationpogingen met de gemeente.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-tijdige betaling van het griffierecht zonder verontschuldiging.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 25/4870

uitspraak van de voorzieningenrechter van 22 augustus 2025 in de zaak tussen

[verzoekster] , uit [woonplaats] , verzoekster

en

het college van burgemeester en wethouders van Nieuwkoop, verweerder.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoekster. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
1.1.
Verzoekster heeft een geschil met de gemeente Nieuwkoop in het kader van de specifieke uitkeringen (SPUK) in verband met de hersteloperatie Toeslagen. Het bericht door verzoekster aan de rechtbank van 23 juli 2025 is aangemerkt als een verzoek om een voorlopige voorziening.
1.2.
Verweerder heeft op 4 augustus 2025 schriftelijk een reactie gegeven. De voorzieningenrechter heeft verzoekster gevraagd of zij hierin aanleiding ziet om het verzoek in te trekken. Op 13 augustus 2025 heeft verzoekster laten weten dat zij deze zaak en de zaak bekend onder nummer 25/4682 wil aanhouden in verband met een poging om door middel van gesprekken of mediation met de gemeente tot een oplossing voor het geschil te komen.
1.3.
Omdat het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

Toetsingskader
2. Iemand die een verzoek om voorlopige voorziening indient, moet griffierecht betalen. [1] In een zaak als deze is het griffierecht € 194,-. De griffier van de rechtbank stelt een termijn waarbinnen het griffierecht moet worden betaald. Dat betekent in dit verband dat het hele bedrag binnen die termijn is bijgeschreven op de rekening van de rechtbank of dat het binnen die termijn is betaald op de griffie van de rechtbank. Als het griffierecht niet of niet tijdig wordt betaald, verklaart de voorzieningenrechter het verzoek niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet of niet tijdig betalen van het griffierecht verontschuldigbaar is.
Heeft verzoekster het griffierecht tijdig betaald?
2.1.
De griffier heeft bij aangetekend verzonden brief van 25 juli 2025 verzoekster in de gelegenheid gesteld het griffierecht te betalen binnen twee weken na dagtekening van die brief. Uit informatie van PostNL is gebleken dat de aangetekend verzonden brief op 29 juli 2025 om 11:35 uur is bezorgd en dat voor ontvangst is getekend. Verzoekster heeft het griffierecht niet op tijd betaald.
Is het niet tijdig betalen verontschuldigbaar?
2.2.
Verzoekster heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken.

Conclusie en gevolgen

3. Het verzoek is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de voorzieningenrechter het verzoek niet inhoudelijk beoordeelt. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. D. Biever, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. E. van den Nieuwendijk, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 22 augustus 2025.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Dit is geregeld in artikel 8:82 van Pro de Awb in samenhang met artikel 8:41 van Pro de Awb.