Dael Installatiegroep B.V. verzoekt de rechtbank om voorlopige bewijsverrichtingen te gelasten en inzage te krijgen in schriftelijke en elektronische communicatie van Genik Holding B.V. en aanverwante partijen. Dit verzoek vloeit voort uit een vermoeden dat Genik en haar bestuurder het concurrentiebeding uit de aandeelhoudersovereenkomst hebben overtreden door betrokkenheid bij een concurrerend project.
De feiten betreffen een fusie en aandeelhoudersstructuur waarbij Genik als aandeelhouder en manager betrokken was. Na conflicten werd de managementovereenkomst opgezegd en kwalificeerde Genik volgens Dael als Bad Leaver, met toepassing van een concurrentiebeding en boetebeding. Dael baseert haar vermoeden op e-mails die betrokkenheid van Genik bij een project aantonen.
De rechtbank overweegt dat het verzoek voldoet aan de wettelijke eisen voor voorlopige bewijsverrichtingen en inzage, waarbij geen misbruik van bevoegdheid is vastgesteld. Het belang van Dael bij het verkrijgen van informatie over de mogelijke schending van het concurrentiebeding wordt erkend. Het verzoek tot het horen van maximaal vijf getuigen wordt toegewezen en Genik wordt bevolen binnen veertien dagen afschriften van relevante communicatie te verstrekken.
De beschikking is gegeven door rechter T.F. Hesselink en in het openbaar uitgesproken op 21 augustus 2025.