Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 augustus 2025 in de zaken tussen
[eiser] , wonende te [woonplaats] , eiser
de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder
Procesverloop
- de bezwaren tegen de navorderingsaanslagen IB/PVV voor jaren 2005 en 2008 tot en met 2016 afgewezen;
- de bezwaren tegen de aanslagen IB/PVV en Zvw voor het jaar 2007 afgewezen; en
- de bezwaren tegen de aanslagen IB/PVV en Zvw voor de jaren 2006 en 2008 niet-ontvankelijk verklaard.
Overwegingen
Beoordeling bezwaren en hoogte aanslagen
Verweerder beroept zich tot de daarmee gemoeide bedragen op interne compensatie. Daartoe stelt hij dat moet worden aangenomen dat het saldo op de Zwitserse bankrekening, dat op 31 december 2010 € 998.855 bedroeg, vanaf 2001 tot begin 2010 gelijkmatig is opgebouwd uit fiscaal niet-verantwoorde inkomsten.
De rechtbank volgt verweerder hierin niet. Eiser heeft niets naar voren gebracht waaraan kan worden ontleend dat sprake is geweest van tijdsevenredige opbouw in de jaren tot 2010. Wel blijkt uit de beschikbare gegeven dat het saldo op de Zwitserse bankrekening in de periode tussen 31 december 2010 en 31 maart 2014 min of meer constant is geweest. Gelet daarop kan naar het oordeel van de rechtbank niet worden aangenomen dat het saldo per 31 december 2010 (gedeeltelijk) is opgebouwd door stortingen in de jaren 2005 tot en met 2008.