Eiser, een Syrische asielzoeker, diende op 17 september 2022 een asielaanvraag in. De minister stelde deze aanvraag buiten behandeling omdat eiser zonder toestemming was vertrokken en niet binnen twee weken contact had opgenomen, wat tevens een terugkeerbesluit en inreisverbod voor twee jaar inhield.
Eiser voerde aan dat hij in Denemarken een asielaanvraag had ingediend en dat het terugkeerbesluit onzorgvuldig was genomen omdat het land van terugkeer niet was vermeld. De rechtbank oordeelde dat verweerder niet hoefde te onderzoeken of eiser daadwerkelijk in Denemarken verbleef, maar erkende dat het terugkeerbesluit niet ondubbelzinnig het land van terugkeer vermeldde.
Verweerder had dit gebrek in een aanvullend besluit hersteld door Syrië als land van terugkeer aan te wijzen. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het bestreden besluit, maar liet de rechtsgevolgen in stand vanwege het aanvullende besluit. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €907,-.