ECLI:NL:RBDHA:2025:1583
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublin-verordening
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Frankrijk volgens de minister verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag op grond van de Dublin-verordening. Verzoeker heeft tevens een voorlopige voorziening gevraagd.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek samen met een gerelateerde zaak op 24 december 2024 behandeld, waarbij verzoeker en zijn gemachtigde zonder bericht van verhindering niet zijn verschenen. De minister werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde.
Gezien de uitspraak in de gerelateerde zaak is een voorlopige voorziening niet langer nodig en wordt het verzoek afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen wordt afgewezen.