Uitspraak
Echtscheiding met nevenvoorzieningen
Beschikking op het op 15 augustus 2024 ingekomen verzoek van:
[de man] ,
[de vrouw] ,
Procedure
- het verzoekschrift;
- het bericht met bijlagen van 20 september 2024 van de man;
- het verweerschrift tevens zelfstandige verzoeken van de vrouw;
- het verweer van de man tegen de zelfstandige verzoeken van de vrouw;
- het bericht van 16 juli 2025 van de man;
- het bericht met bijlage van 21 juli 2025 van de man.
Feiten
- Partijen zijn volgens de ‘attestation de mariage’, afgegeven door het Consulaat Generaal van het Koninkrijk van Marokko in Rotterdam, gehuwd op [datum 1] 1961 in [plaats] in Marokko.
- Volgens de basisregistratie personen zijn partijen gehuwd in [maand] 1960.
- Deze rechtbank heeft op 29 november 2022 voorlopige voorzieningen getroffen, inhoudende dat de vrouw bij uitsluiting gerechtigd is tot het gebruik van de echtelijke woning in Den Haag aan de Langnekstraat 161 (2572 JN).
Verzoek en verweer
- te bepalen dat de man gehouden is volledige inzage te geven aan de vrouw in de omvang van het huwelijksvermogen en de waarde van de tot het huwelijksvermogen behorende zaken en goederen, opdat de vrouw toekomende vergoeding kan worden vastgesteld;
- te bepalen dat de man bij wege van niet betaalde bruidsschat aan de vrouw een vergoeding dient te betalen van € 2.500,-;
- te bepalen dat – indien en voor zover de man in gebreke blijft de benodigde informatie te verstrekken – de door de man aan de vrouw te betalen vergoeding vast te stellen op een bedrag van € 112.000,- (zijnde 64% van de waarde van de woning waarbij de waarde is gesteld op € 175.000,-), te vermeerderen met de helft van het saldo van de bankrekening, gesteld op € 7.000,- en de vergoeding van de onbetaalde bruidsschat ter grootte van € 2.500,- derhalve een bedrag van € 118.000,- in totaal;