De gecertificeerde instelling verzocht om verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarige tot 4 september 2026 en om een machtiging voor uithuisplaatsing in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp en aansluitend in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder voor zes maanden. De minderjarige verblijft sinds maart 2025 in een gesloten setting en toont positieve ontwikkeling, maar blijft kwetsbaar waardoor een overstap naar een open setting risico's met zich meebrengt.
De kinderrechter nam het verzoek in behandeling tijdens een zitting met gesloten deuren op 19 augustus 2025, waarbij de minderjarige en haar advocaat aanwezig waren. De grootmoeder en oom, die als voogden zijn aangesteld, waren niet aanwezig maar wel correct opgeroepen. De advocaat van de grootmoeder gaf aan dat de grootmoeder instemt met het verzoek en het plan.
De rechter oordeelde dat aan de voorwaarden voor verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan vanwege het belast verleden van de minderjarige en de noodzaak van blijvende jeugdbescherming. Tevens werd geoordeeld dat de ernst van de opgroei- en opvoedingsproblemen een verblijf in een gesloten accommodatie noodzakelijk maakt om te voorkomen dat de minderjarige zich aan hulp onttrekt. De machtiging wordt verleend met de beperking dat slechts eenmaal gebruik mag worden gemaakt van een machtiging per categorie en dat deze vervalt bij gebruik van een machtiging voor een andere categorie.
De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat deze direct geldt ook bij hoger beroep. Tegen deze beschikking is hoger beroep mogelijk binnen drie maanden na verzending of kennisname.