De Raad voor de Kinderbescherming verzoekt om ondertoezichtstelling van de minderjarige voor een jaar en een machtiging voor gesloten jeugdhulp voor zes maanden vanwege ernstige zorgen over haar veiligheid en ontwikkeling. De minderjarige vertoont problematisch gedrag zoals wegloopgedrag, middelengebruik en suïcidale gedachten. De moeder is overbelast en de relatie tussen hen is ernstig verstoord.
De minderjarige verblijft officieel in een gesloten instelling maar is op het moment van de zitting vermist. De vader heeft haar recent op straat gezet. De gecertificeerde instelling en de Raad ondersteunen het verzoek, terwijl de advocaat van de minderjarige pleit voor afwijzing of een kortere machtiging van vier maanden. De behandelcoördinator adviseert eveneens een kortere termijn vanwege het belang van perspectief en motivatie.
De kinderrechter oordeelt dat aan de voorwaarden voor ondertoezichtstelling is voldaan en dat gesloten jeugdhulp noodzakelijk is vanwege ernstige opgroei- en opvoedingsproblemen. Gezien de verstoorde thuissituatie en het onveilige gedrag wordt de machtiging voor gesloten plaatsing toegekend voor vier maanden, met afwijzing van het overige verzoek. De beslissing wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.