Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2025:15500

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
7 augustus 2025
Publicatiedatum
20 augustus 2025
Zaaknummer
C/09/666760 / FA RK 24-3641
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 Protocol van 23 november 2007 inzake het recht dat van toepassing is op onderhoudsverplichtingenArt. 1:253a BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vaststelling kinderalimentatie en afwijzing terugvordering kinderbijslag

De rechtbank Den Haag behandelde het verzoek van de vader om kinderalimentatie vast te stellen ten behoeve van twee minderjarige kinderen. Partijen waren gehuwd geweest en hebben gezamenlijk gezag over de kinderen. De hoofdverblijfplaats van de kinderen is gewijzigd naar de vader. De moeder, woonachtig in Polen, heeft geen verweer gevoerd en is niet verschenen op de zitting.

De rechtbank oordeelde dat zij bevoegd is om te beslissen en dat Nederlands recht van toepassing is op het alimentatieverzoek. Het verzoek tot kinderalimentatie van €287 per maand wordt als niet weersproken en gegrond toegewezen met ingang van de datum van de beschikking.

Het verzoek van de vader om de moeder te verplichten de kinderbijslag van €2.675,63 terug te betalen, wordt afgewezen omdat hiervoor geen juridische grondslag bestaat binnen deze procedure. De vader wordt verwezen naar de Sociale Verzekeringsbank of een aparte civiele procedure.

De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders verzochte is afgewezen.

Uitkomst: De moeder moet €287 per maand kinderalimentatie betalen aan de vader; het verzoek tot terugbetaling van kinderbijslag wordt afgewezen.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 24-3641
Zaaknummer: C/09/666760
Datum beschikking: 7 augustus 2025

Kinderalimentatie

Beschikking op het op 17 mei 2024 ingekomen verzoek van:

[de vader] ,

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. G. Alkilic te Den Haag.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de moeder] ,

de moeder,
blijkens de Registratie Niet Ingezetenen (RNI) wonende te Polen.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoekschrift;
  • het F9-formulier van 10 juni 2024 van de vader;
  • het F9-formulier van 6 september 2024 van de vader, met bijlage;
  • de stelbrief onder voorbehoud van [naam] te [plaats] namens de moeder van 11 juli 2025;
  • het F9-formulier van 14 juli 2025 van de vader, met bijlagen.
Op 17 juli 2025 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
- de vader, bijgestaan door zijn advocaat.
De moeder is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet op de zitting verschenen.

Verzoek

De vader verzoekt:
  • te bepalen dat de moeder een kinderalimentatie ten behoeve van de minderjarigen aan de vader betaalt van € 287,- per maand, voor de eerste van iedere maand, althans een bedrag dat de rechtbank juist acht;
  • te bepalen dat de moeder de aan haar betaalde kinderbijslag van € 2.675,63 binnen drie dagen na de beschikking moet terugbetalen aan de vader op verbeurte van een dwangsom van € 250,- voor iedere dag dat zij dit nalaat, met een maximum van € 5.000,-;
voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De moeder heeft geen verweer gevoerd.

Feiten

  • Partijen zijn met elkaar gehuwd geweest van [dag 1] 2010 tot [dag 2] 2015.
  • Zij zijn de ouders van de volgende nu nog minderjarige kinderen:
  • [minderjarige 1] , geboren op [geboortedag 1] 2009 te [geboorteplaats 1] ;
  • [minderjarige 2] , geboren op [geboortedag 2] 2010 te [geboorteplaats 2] .
  • De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over de kinderen uit.
  • Bij beschikking van deze rechtbank van 15 december 2014 is, voor zover hier van belang:
  • de echtscheiding tussen de ouders uitgesproken;
  • bepaald dat het aangehechte echtscheidingsconvenant en ouderschapsplan deel uitmaken van de beschikking.
  • In het ouderschapsplan van 2 oktober 2014 zijn de ouders, voor zover hier van belang, overeengekomen dat de kinderen de hoofdverblijfplaats zullen hebben bij de moeder en zijn zij een zorgregeling tussen de kinderen en de vader overeengekomen, die is opgenomen in de bijlage van het ouderschapsplan.
  • Bij beschikking van deze rechtbank van 7 juni 2023 is – met wijziging in zoverre van de beschikking van deze rechtbank van 15 december 2014 – bepaald dat:
  • [minderjarige 1] en [minderjarige 2] de hoofdverblijfplaats zullen hebben bij de vader;
  • de kinderen bij de moeder zullen zijn om het weekend van vrijdag uit school tot zondagavond na het eten.
- De vader en de moeder hebben de Poolse nationaliteit.

Beoordeling

Rechtsmacht en toepasselijk recht
Nu de gewone verblijfplaats van de minderjarige in Nederland is, is de Nederlandse rechter bevoegd om te beslissen op het verzoek. Op het alimentatieverzoek zal de rechtbank op grond van artikel 3 van Pro het Protocol van 23 november 2007 inzake het recht dat van toepassing is op onderhoudsverplichtingen, Nederlands recht toepassen.
Inhoudelijke beoordeling
Kinderalimentatie
Aan de moeder is op de bij de wet voorgeschreven wijze de inhoud van het verzoekschrift medegedeeld. De rechtbank heeft geen verweerschrift ontvangen binnen de daarvoor gestelde termijn.
Op 11 juli 2025 heeft een advocaat zich onder voorbehoud van toewijzing van haar aanhoudingsverzoek gesteld voor de moeder. Dat aanhoudingsverzoek is afgewezen, omdat de oproep op 27 mei 2025 aangetekend is verstuurd naar het door de moeder in het RNI bij emigratie opgegeven adres in Polen. Omdat het aangetekende stuk is teruggekomen, is een nieuwe oproep verstuurd aan een door de vader bij brief van 10 juni 2025 opgegeven mogelijk adres van de moeder in Leiden, en is voor de volledigheid ook per e-mail een oproep naar de moeder verstuurd. Bij deze stand van zaken bestond naar het oordeel van de aanhoudingenrechter geen aanleiding om een verzoek om een nieuwe zittingsdatum toe te wijzen.
Het voorgaande brengt met zich dat het verzoek van de vader tot vaststelling van een door de moeder aan de vader te betalen kinderalimentatie van € 287,- per maand, voor de eerste van iedere maand, als niet weersproken en op de wet gegrond kan worden toegewezen.
Als ingangsdatum zal de rechtbank in redelijkheid de datum van de beschikking vaststellen.
Kinderbijslag
De kinderen staan sinds derde kwartaal van 2022 ingeschreven bij de vader. De moeder heeft volgens de vader de kinderbijslag zelf geïnd in het vierde kwartaal van 2022 en over de eerste drie kwartalen 2023. De kinderen verbleven toen niet bij de moeder. De vader stelt dat de moeder de kinderbijslag voor eigen gebruik heeft uitgegeven. In totaal gaat het om € 2.675,63. De vader verzoekt te bepalen dat de moeder dit binnen drie dagen na de beschikking overmaakt naar de vader, op grond van geschillenregeling van 1:253a van het Burgerlijk Wetboek.
Naar het oordeel van de rechtbank bestaat geen juridische grondslag voor toewijzing van dit verzoek met betrekking tot de terugbetaling van de kinderbijslag. De vader moet dit of regelen via de Sociale Verzekeringsbank of een vordering indienen. Deze vordering kan niet worden gedaan in de verzoekschriftprocedure. De rechtbank zal het verzoek van de vader op dit punt daarom afwijzen.

Beslissing

De rechtbank:
bepaalt de door de moeder met ingang van heden te betalen kinderalimentatie ten behoeve van de minderjarigen:
  • [minderjarige 1] , geboren op [geboortedag 1] 2009 te [geboorteplaats 1] ;
  • [minderjarige 2] , geboren op [geboortedag 2] 2010 te [geboorteplaats 2] ;
op € 287,- per maand, telkens voor de eerste van de maand aan de vader te voldoen;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. C.G. Meeder, (kinder)rechter, bijgestaan door mr. R.P. Bas als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 7 augustus 2025.