De rechtbank Den Haag behandelde op 29 juli 2025 het verzoek van een moeder om de geboortegegevens van haarzelf en haar twee minderjarige kinderen vast te stellen en hun voornamen te wijzigen. De verzoekster en de minderjarigen zijn in Nederland woonachtig en hebben de Nederlandse nationaliteit verkregen via een Koninklijk Besluit. Vanwege het ontbreken van geboorteaktes in de Nederlandse registers en de onmogelijkheid om deze uit Syrië te verkrijgen, verzocht zij de rechtbank om vaststelling van de geboortegegevens.
De rechtbank stelde de geboortegegevens van verzoekster en de minderjarigen vast conform het voorstel van de ambtenaar van de burgerlijke stand. Vervolgens behandelde de rechtbank het verzoek tot voornaamswijziging. De moeder wenste haar voornaam en die van haar kinderen te wijzigen in overeenstemming met hun geloofsovertuiging, aangezien zij zich heeft bekeerd tot het christendom en de islamitische namen niet meer wenst te gebruiken.
Uit gesprekken met de kinderen bleek dat zij geen intrinsieke wens hadden tot naamswijziging en dat zij de nieuwe namen nog niet gebruikten. De rechtbank achtte het zwaarwegend belang van de moeder bij wijziging van haar voornaam voldoende en wees dit verzoek toe. Het verzoek tot wijziging van de voornamen van de kinderen werd afgewezen wegens het ontbreken van een zwaarwichtig belang. Het verzoek tot uitvoerbaarverklaring bij voorraad werd eveneens afgewezen.
De beschikking werd uitgesproken door kinderrechter C.S.F. de Nijs en griffier R.P. Bas tijdens een openbare zitting.