ECLI:NL:RBDHA:2025:15471

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
13 augustus 2025
Publicatiedatum
20 augustus 2025
Zaaknummer
NL25.35845
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • G.A. Bouter - Rijksen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 59 Vreemdelingenwet 2000Art. 106 Vreemdelingenwet 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen maatregel bewaring in vreemdelingenrecht

Eiser werd op 28 februari 2025 onderworpen aan een maatregel van bewaring op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij verzocht om schadevergoeding vanwege deze bewaring. De maatregel werd op 28 juni 2025 opgeheven in verband met zijn uitzetting naar Marokko. De rechtbank stelde vast dat de rechtmatigheid van de bewaring tot de opheffing reeds was beoordeeld in een eerdere uitspraak van 7 juli 2025.

Bij het instellen van het beroep op 4 augustus 2025 was de bewaring al geruime tijd beëindigd en was het voortduren ervan als rechtmatig erkend. Hierdoor ontbrak het eiser aan procesbelang bij het beroep. De rechtbank besloot daarom het beroep niet-ontvankelijk te verklaren en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de rechtbank Den Haag op 13 augustus 2025, en is uitgesproken in het openbaar. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt niet ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Rotterdam
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.35845

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser

(gemachtigde: mr. E. El Assrouti),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Procesverloop

Verweerder heeft op 28 februari 2025 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd.
Eiser heeft met betrekking tot de maatregel van bewaring verzocht om schadevergoeding.
Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd.
Verweerder heeft op 28 juni 2025 de maatregel van bewaring opgeheven in verband met uitzetting van eiser naar Marokko.
De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft.

Overwegingen

1. Omdat de bewaring is opgeheven, beperkt de beoordeling zich in deze zaak tot de vraag of aan eiser schadevergoeding moet worden toegekend. In dit verband moet de vraag worden beantwoord of de tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring op enig moment voorafgaande aan de opheffing daarvan onrechtmatig is geweest. Op grond van artikel 106 van Pro de Vw kan de rechtbank indien de bewaring al is opgeheven vóór de behandeling van het verzoek om opheffing van de bewaring aan eiser een schadevergoeding ten laste van de Staat toekennen.
2. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraak van 7 juli 2025 (in de zaak NL25.27720) volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt (op 30 juni 2025), rechtmatig was. Op het moment dat eiser het onderhavige beroep instelde (op 4 augustus 2025), was de bewaring al geruime tijd opgeheven en was door de rechter de rechtmatigheid van het voortduren van de bewaring tot aan de opheffing (op 28 juni 2025) al vastgesteld. Gelet hierop heeft eiser geen procesbelang bij dit beroep en moet het dan ook niet ontvankelijk worden verklaard.

Conclusie

3. Het beroep is niet ontvankelijk.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep niet ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.A. Bouter - Rijksen, rechter, in aanwezigheid van mr. F. Horst - van Dee, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.