Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De bewijsbeslissing
- Feit 1: het medeplegen van oplichting (de zaken 2.1 en 2.3 tot en met 2.8);
- Feit 2:een poging tot oplichting van [naam 2] (zaak 2.2);
- Feit 3:het medeplegen van diefstal met valse sleutel en/of door middel van een valse naam en/of valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of een samenweefsel van verdichtsels (de zaken 2.1 en 2.3 tot en met 2.8).
eninloggen op internetbankieren en/of
/ofde bestedingslimiet van de bankrekening(en) te verhogen naar 4000 euro
en/of
en/of
ofslachtoffers contant geld in huis hebben en/of
tezeggen dat slachtoffers gehackt zijn en/of
zoukrijgen;
en/of
en/of
en/of
en/of
eenwinkel geld op te nemen/te betalen en/of (daarbij) de (daarvoor ontvreemde) pincode en/of (inlog)gegevens en/of pinpas(sen) te gebruiken, zonder dat verdachte en/of zijn mededader(s) gerechtigd waren tot het gebruik van deze gegevens.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De op te leggen straffen
7.De vorderingen van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
8.De inbeslaggenomen voorwerpen
9.De toepasselijke wetsartikelen
10.De beslissing
jeugddetentievoor de duur van
180 (HONDERDTACHTIG) DAGEN;
88 (ACHTENTACHTIG) DAGEN, niet ten uitvoer zal worden gelegd als de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij de hierbij op
twee jarenvastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
taakstraf, bestaande uit een
werkstraf, zijnde het verrichten van onbetaalde arbeid, voor de duur van
180 (HONDERDTACHTIG) UREN;
90 (NEGENTIG) DAGEN;