ECLI:NL:RBDHA:2025:15317
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing proceskostenvergoeding wegens niet tijdig besluit op bezwaar machtiging voorlopig verblijf
Verzoeker diende beroep in tegen het niet tijdig beslissen van de minister op zijn bezwaar tegen de afwijzing van een machtiging tot voorlopig verblijf. Op 19 juni 2025 nam de minister alsnog een besluit op het bezwaar, waarna verzoeker het beroep introk en proceskostenvergoeding vorderde. De rechtbank oordeelde dat de minister aan het beroep tegemoet was gekomen door alsnog te beslissen, waardoor toewijzing van proceskosten passend was.
De rechtbank wees het verzoek toe op basis van de Algemene wet bestuursrecht en het Besluit Proceskosten bestuursrecht. Vanwege de lichte aard van de zaak werd een wegingsfactor van 0,5 toegepast op het standaardbedrag. De minister werd veroordeeld tot vergoeding van € 453,50 aan proceskosten plus het betaalde griffierecht.
De uitspraak werd gedaan door rechter R.J.A. Schaaf zonder zitting, in aanwezigheid van griffier C.A.A.W. van der Heijden, en op 29 juli 2025 openbaar bekendgemaakt.
Uitkomst: De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van € 453,50 aan proceskosten wegens niet tijdig besluit op bezwaar.