Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiseres] , eiseres
en
de Minister van Asiel en Migratie1,
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
.Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Rechtbank Den Haag
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister om de aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor haar Afghaanse stiefmoeder, die in Iran verblijft, af te wijzen. De minister oordeelde dat niet was aangetoond dat sprake was van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheid tussen eiseres en de vreemdelinge, en dat de belangenafweging negatief uitviel.
De rechtbank bevestigt dat tussen partijen niet in geschil is dat er familiebanden bestaan en dat de vreemdelinge momenteel in Iran verblijft met een verlopen verblijfsvergunning. De rechtbank benadrukt dat zij gebonden is aan de geldende regelgeving omtrent gezinshereniging van ouders met meerderjarige (stief)kinderen, en dat de minister het besluit heeft genomen op basis van artikel 8 EVRM Pro, werkinstructie 2020/16 en relevante jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak.
De rechtbank concludeert dat de minister het besluit voldoende heeft gemotiveerd en dat niet aannemelijk is gemaakt dat er sprake is van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheid. Ook de algemene situatie in Iran en Afghanistan kan in deze procedure niet worden betrokken. Het beroep wordt ongegrond verklaard, waardoor de aanvraag wordt afgewezen en eiseres geen griffierecht of proceskosten vergoed krijgt.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de mvv-aanvraag voor gezinshereniging wordt ongegrond verklaard.