Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister van Asiel en Migratie op haar aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis. De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak waarin de minister werd opgedragen binnen acht weken te beslissen. Omdat de minister deze termijn niet heeft nageleefd, is het beroep ontvankelijk en gegrond.
De rechtbank legt de minister een nieuwe beslistermijn van twee weken op na verzending van deze uitspraak. Tevens wordt een dwangsom van € 250,- per dag opgelegd voor elke dag dat de minister deze termijn overschrijdt, met een maximum van € 37.500,-. De minister heeft geen verweerschrift ingediend, waardoor onduidelijk blijft wanneer de beslissing zal volgen.
Daarnaast krijgt eiseres een vergoeding van € 453,50 voor proceskosten, omdat zij een professionele juridische hulpverlener heeft ingeschakeld. Ook wordt het griffierecht van € 194,- door de minister vergoed. De rechtbank wijst het verzoek van de minister om het beroep aan te houden af, omdat dit de prikkel tot voortvarend beslissen zou wegnemen.