ECLI:NL:RBDHA:2025:15192
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen feitelijke uitzetting naar Nigeria
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen zijn geplande uitzetting naar Nigeria op 10 augustus 2025, hangende bezwaar tegen deze feitelijke uitzetting. Hij heeft een opvolgende asielaanvraag ingediend en een rapport van LGBT Asylum Support overgelegd ter onderbouwing van zijn seksuele gerichtheid en het risico op vervolging.
De minister van Asiel en Migratie heeft echter een besluit genomen op grond van artikel 3.1, tweede lid, onder e, van het Vreemdelingenbesluit 2000, waarin is bepaald dat de uitzetting niet wordt opgeschort omdat de aanvraag louter is ingediend om de uitzetting te vertragen en niet-ontvankelijk kan worden verklaard. De voorzieningenrechter oordeelt dat het rapport nieuw is maar niet relevant, omdat de seksuele gerichtheid van verzoeker al in eerdere procedures is beoordeeld en niet geloofwaardig werd bevonden.
De rechter stelt dat het bezwaar tegen de feitelijke uitzetting beperkt is tot de wijze van uitvoering of nieuwe feiten die de rechtmatigheid aantasten. Verzoeker heeft geen nieuwe feiten aangevoerd die de rechtmatigheid van de uitzetting in twijfel trekken. Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling en tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de feitelijke uitzetting wordt afgewezen.