ECLI:NL:RBDHA:2025:15123
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak na ongegrondverklaring asielaanvraag
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie van 11 maart 2025, waarin zijn asielaanvraag als ongegrond werd afgewezen. Tegelijkertijd heeft verzoeker een voorlopige voorziening gevraagd om het besluit tijdelijk te schorsen.
De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht zonder zitting uitspraak gedaan. Daarbij is verwezen naar de uitspraak in zaaknummer NL25.11588, waarin het beroep op het besluit is behandeld.
Gezien de inhoud van die uitspraak en het ontbreken van bijzondere omstandigheden wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is definitief en hoger beroep of verzet is uitgesloten.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.