De moeder heeft bij de rechtbank Den Haag een verzoek ingediend om vervangende toestemming te verkrijgen voor de aanvraag van een paspoort voor haar minderjarige kind, geboren in 2007. De ouders oefenen gezamenlijk gezag uit over het kind en hebben een affectieve relatie gehad. De vader heeft mondeling verweer gevoerd tegen het verzoek.
Tijdens de zitting op 29 juli 2025 heeft de vader de toestemmingsformulieren voor het paspoort getekend, waarmee hij zijn toestemming gaf voor de aanvraag. De rechtbank heeft tevens gesproken met de minderjarige, die zich heeft uitgelaten over het verzoek.
Gezien de ondertekende toestemmingsformulieren door de vader, concludeert de rechtbank dat het verzoek van de moeder om vervangende toestemming te verkrijgen geen belang meer heeft. Daarom wijst de rechtbank het verzoek af. De beschikking is uitgesproken op 5 augustus 2025 door kinderrechter C. van Hees.