Eiser, die stelt van Marokkaanse nationaliteit te zijn, is sinds 28 mei 2025 in bewaring op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Hij heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank heeft eerder vastgesteld dat de bewaring tot het sluiten van het onderzoek rechtmatig was, maar beoordeelt nu het voortduren sinds dat moment.
De Marokkaanse autoriteiten hebben op 16 juli 2025 laten weten de nationaliteit van eiser niet te kunnen bevestigen, waarna het laissez passer-traject op 17 juli 2025 is afgesloten. De minister heeft geen nieuwe aanvraag ingediend bij Algerije, ondanks eerdere overwegingen. Eiser verklaart wel mee te willen werken aan terugkeer, maar kan geen documenten verkrijgen omdat hij geen familie heeft en het consulaat niet helpt.
De rechtbank oordeelt dat eiser verplicht is actief mee te werken, maar dat deze medewerking niet kan worden verlangd als het niet aannemelijk is dat de autoriteiten de benodigde documenten zullen verstrekken. Gezien de situatie is er sinds 17 juli 2025 geen concreet zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn, waardoor het beroep gegrond is.
De maatregel van bewaring wordt met ingang van 12 augustus 2025 opgeheven. Daarnaast kent de rechtbank een schadevergoeding toe van €2.600,- voor 26 dagen onrechtmatige vrijheidsontneming en veroordeelt de minister tot betaling van proceskosten van €1.814,-. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.