ECLI:NL:RBDHA:2025:1499
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling intrekking verblijfsvergunning en weigering wijziging verblijfsdoel op grond van privé- en gezinsleven
Eiseres, afkomstig uit Sri Lanka, kreeg in 2019 een verblijfsvergunning als gezinslid, die later werd verlengd. Na het overlijden van haar echtgenoot in 2021 trok de minister haar verblijfsvergunning met terugwerkende kracht in en wees het verzoek tot wijziging van het verblijfsdoel af. De rechtbank behandelde het beroep tegen deze besluiten.
Eerder oordeelde de rechtbank dat de minister onvoldoende rekening had gehouden met het privéleven van eiseres, met name haar medische situatie en het graf van haar echtgenoot in Nederland. De minister heeft deze punten in het nieuwe besluit hersteld en een medische beoordeling toegevoegd, hoewel eiseres stelde dat deze ondeugdelijk was.
De rechtbank oordeelt dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij gebonden is aan Nederland voor medische behandeling of verzorging. Ook weegt de rechtbank mee dat zij sterke banden met Sri Lanka heeft en dat de emotionele banden met Nederland niet zwaarder wegen dan de belangen van de staat. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de intrekking van de verblijfsvergunning blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de verblijfsvergunning en weigering wijziging verblijfsdoel is ongegrond verklaard.