ECLI:NL:RBDHA:2025:1497
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- I.A.M. van Boetzelaer - Gulyas
- Rechtspraak.nl
Afwijzing opvolgende asielaanvraag wegens onvoldoende aannemelijkheid vrezen vervolging
Eiseres, met de Tsjadische nationaliteit, diende op 9 oktober 2023 een opvolgende asielaanvraag in nadat haar eerdere aanvraag en hoger beroep waren afgewezen. Zij vreesde voor haar ex-man en diens familie vanwege een conflict dat leidde tot de moord op haar broertje.
De minister oordeelde dat de identiteit en herkomst van eiseres geloofwaardig waren, maar dat het verhaal over de moord en de dreiging onvoldoende samenhangend en aannemelijk was, waardoor de aanvraag kennelijk ongegrond werd verklaard.
De rechtbank bevestigde dit oordeel en stelde vast dat eiseres recent geen problemen had ervaren met haar ex-man of diens familie en onvoldoende toelichting gaf op haar vrees. Ook verwees zij naar rapporten over de situatie in Tsjaad, maar vond deze onvoldoende om haar vrees aannemelijk te maken.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees de aanvraag af. Eiseres kreeg geen proceskostenvergoeding. De uitspraak werd gedaan door rechter I.A.M. van Boetzelaer - Gulyas en griffier S. Berendsen op 3 februari 2025.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de opvolgende asielaanvraag als kennelijk ongegrond.