De werknemer trad in 2012 in dienst bij Albert Heijn en werkte aanvankelijk alleen op zondagen met een 100% toeslag volgens de VGL-CAO, een minimum-cao waarvan alleen ten gunste kan worden afgeweken. Na diverse verlengingen en een bevordering tot Teamleider Verkoopklaar, werd hij in 2021 herplaatst tot Shiftleader vanwege een reorganisatie, waarbij de VGL-CAO inclusief toekomstige versies van toepassing werd verklaard via een dynamisch incorporatiebeding.
De werknemer vorderde onder meer de verklaring dat de 100% zondagstoeslag een arbeidsvoorwaarde is die ook na 1 januari 2025 moet worden gerespecteerd, betaling van achterstallig loon en doorbetaling van de toeslag tijdens ziekte. Albert Heijn stelde dat de dynamische incorporatiebeding ook minder gunstige cao-versies omvat en dat de functiewijziging redelijk was, waarbij het salaris ongewijzigd bleef.
De kantonrechter oordeelde dat de werknemer geen belang meer had bij de vraag over de doorbetaling tijdens ziekte omdat Albert Heijn het bedrag had voldaan en toezegde dit voortaan te doen. De dynamische incorporatiebeding maakte dat ook latere versies van de VGL-CAO van toepassing zijn, waardoor de 100% toeslag werd vervangen door een 50% toeslag vanaf 2025. De herplaatsing was een redelijk voorstel en de werknemer had stilzwijgend ingestemd door drie jaar de nieuwe functie uit te oefenen zonder bezwaar.
Het beroep op een verworven recht faalde omdat de toeslag was gebaseerd op cao-bepalingen en niet op een gedragslijn. De vorderingen werden afgewezen en de werknemer werd veroordeeld in de proceskosten. De voorwaardelijke reconventie van Albert Heijn tot terugvordering van loonsverhogingen werd eveneens afgewezen.