ECLI:NL:RBDHA:2025:1481
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening na beslissing op beroep verblijfsvergunning asiel
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie op 14 oktober 2024 is afgewezen als kennelijk ongegrond. Hiertegen is beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag.
Verzoeker heeft tevens een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend om het bestreden besluit tijdelijk te schorsen. De voorzieningenrechter heeft dit verzoek samen met een gerelateerde zaak op 8 januari 2025 behandeld, waarbij verzoeker is verschenen met een waarnemer en tolk. De minister werd vertegenwoordigd door een gemachtigde.
De voorzieningenrechter overweegt dat aangezien op het beroep inmiddels uitspraak is gedaan (zaaknummer NL24.41109), er geen reden meer is om een voorlopige voorziening te treffen. Daarom wordt het verzoek afgewezen. Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan op 17 januari 2025 en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat op het beroep al is beslist.