ECLI:NL:RBDHA:2025:14805
Rechtbank Den Haag
- Verschoning
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek tot verschoning rechter wegens schijn van partijdigheid
De meervoudige verschoningskamer van de rechtbank Den Haag behandelde op 4 augustus 2025 een verzoek tot verschoning van de voorzitter-rechter in een strafzaak. De rechter had de hoofdzaak behandeld waarin verdachte werd verdacht van overtreding van voorwaarden opgelegd in die zaak. Vanwege de aard van de zaak en de persoon van de verdachte achtte de rechter het wenselijk dat een collega die niet eerder bij de zaak betrokken was, de verdere behandeling overneemt.
De kamer overwoog dat een rechter op grond van zijn aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn, maar dat uitzonderlijke omstandigheden aanleiding kunnen geven tot een vrees voor partijdigheid, ook op grond van de uiterlijke schijn. Gezien de aangevoerde omstandigheden was het verzoek tot verschoning terecht ingediend om de schijn van partijdigheid te vermijden.
De kamer besloot het verzoek toe te wijzen, waardoor de hoofdzaak wordt voortgezet door een andere rechter in de stand waarin het zich bevond bij indiening van het verzoek. Tevens werd bepaald dat een afschrift van deze beslissing wordt toegezonden aan de rechter en alle betrokken partijen. De beslissing werd genomen in raadkamer door de drie rechters en griffier.
Uitkomst: Het verzoek tot verschoning van de rechter wordt toegewezen en de hoofdzaak wordt voortgezet door een andere rechter.