ECLI:NL:RBDHA:2025:14790
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser, van Somalische nationaliteit, heeft in Duitsland een asielverzoek ingediend dat is afgewezen. Vervolgens heeft hij in Nederland een asielaanvraag gedaan, die door verweerder niet in behandeling is genomen omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublinverordening. Eiser betoogt dat verweerder de aanvraag aan zich had moeten trekken omdat onduidelijk is waarom Duitsland zijn eerdere aanvraag heeft afgewezen en er een risico op refoulement bestaat.
De rechtbank stelt dat verweerder mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel, waarbij wordt aangenomen dat lidstaten hun internationale verplichtingen nakomen. Eiser moet met concrete aanwijzingen aantonen dat hij bij overdracht aan Duitsland een reëel risico loopt op een met het Handvest en het EVRM strijdige behandeling. Dit heeft eiser niet gedaan; hij heeft geen objectieve informatie over de Duitse asielprocedure overgelegd.
De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht heeft besloten de aanvraag niet in behandeling te nemen. Eiser kan na overdracht in Duitsland klagen over eventuele schendingen van zijn rechten. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.