8.1.De rechtbank is van oordeel dat de minister zich terecht op het standpunt stelt dat eiser wisselend heeft verklaard over het moment waarop hij interesse kreeg in de HDP. De rechtbank volgt eiser niet in zijn betoog dat het noemen van verschillende data te wijten is aan de door de minister verschillend gehanteerde terminologieën. Eiser heeft drie verschillende data genoemd waarop hij interesse of sympathie kreeg voor de HDP. Eiser heeft zelf verklaard dat hij in 2015/2016 sympathisant werd van de HDP.5 Vervolgens verklaart eiser dat hij sinds 2000 sympathie heeft voor de HDP.6 Daarna verklaart eiser echter dat hij in 2008 voor het eerst interesse kreeg.7 De minister stelt zich terecht op het standpunt dat het gegeven dat op pagina 9 van het nader gehoor de term ‘interesse’ is gebruikt in de vraagstelling en op pagina 11 van het nader gehoor en pagina 4 van het aanvullend nader gehoor de term ‘sympathie’, er niet aan afdoet dat eiser drie verschillende jaartallen noemt waarop hij interesse/sympathie kreeg. De minister heeft deze verklaringen van eiser terecht als wisselend aangemerkt. De minister stelt zich ook terecht op het standpunt dat eiser wisselend heeft verklaard over het moment waarop hij voor het eerst activiteiten voor de HDP heeft verricht. Eiser verklaart eerst dat hij in 2010/2011, op zijn twintigste, bij de partij is begonnen, naar bijeenkomsten ging en op andere manieren steun leverde.8 Vervolgens verklaart eiser dat hij op 18-jarige leeftijd, in de periode 2008/2009 interesse kreeg en vrijwilliger werd.9 In het aanvullend nader gehoor verklaart eiser echter dat hij vanaf zijn zeventiende naar bijeenkomsten van de HDP ging.10 Aan eiser is toen gevraagd vanaf welke leeftijd of in welk jaar hij activiteiten heeft verricht voor de HDP. Volgens eiser was dit twee jaar voor zijn lidmaatschap in 2016.11 Eiser heeft vervolgens verklaard in 2008 voor het eerst campagne te hebben gevoerd met de auto.12 Daarna verklaart eiser dat dit in 2016 het geval was.13 De minister heeft eiser ermee geconfronteerd dat hij tijdens het nader gehoor heeft verklaard voor het eerst in 2008 campagne te hebben gevoerd met de auto en dat dit later in 2016 was.14 Eiser verklaarde toen dat hij dit ook in 2008 deed, maar dat dit toen nog niet op officiële basis was.15De minister heeft zich terecht
3 Nader gehoor, pagina 11, 6de alinea.
4 Nader gehoor, pagina 12, 1ste alinea.
5 Nader gehoor, pagina 4.
6 Nader gehoor, pagina 11 en aanvullend nader gehoor, pagina 4.
7 Nader gehoor, pagina 9.
8 Nader gehoor, pagina 7.
9 Nader gehoor, pagina 9.
10 Aanvullend nader gehoor, pagina 4.
11 Aanvullend nader gehoor, pagina 4.
12 Nader gehoor, pagina 7.
13 Nader gehoor, pagina 11.
14 Aanvullend nader gehoor, pagina 4.
15 Aanvullend nader gehoor, pagina 4.
op het standpunt gesteld dat de verklaringen van eiser wisselend zijn en daardoor ongeloofwaardig.
8.1.1.De rechtbank overweegt verder dat de minister de verklaringen van eiser over de gestelde invallen terecht wisselend heeft geacht. Eiser heeft wisselend verklaard over wanneer de eerste inval geweest is in 2008/2009 of pas in 2016.16De minister mag van eiser verwachten dat hij consistent kan verklaren en ook data bij benadering kan benoemen. De beroepsgrond slaagt niet.
Heeft eiser bij terugkeer te vrezen voor vervolging?
9. Eiser voert aan dat hij als Koerd en HDP-lid bij terugkeer naar Turkije gegronde vrees heeft voor vervolging dan wel een reëel risico loopt op ernstige schade. Eiser betoogt dat uit zijn verklaringen kan worden afgeleid dat hij in de negatieve belangstelling staat van de Turkse autoriteiten. Eiser vindt dat hem ten onrechte wordt tegengeworpen dat hij niet een bijzondere rol of speciale verantwoordelijkheid had binnen de HDP, en dat hij daardoor niet in de negatieve belangstelling staat van de Turkse overheid. Eiser is ook van oordeel dat in het bestreden besluit ten onrechte voorbij is gegaan aan de objectieve informatie die beschikbaar is over de valse beschuldigingen, mishandelingen, martelingen, intimidatie, discriminatie, politieke vervolging en arrestaties van Koerden en HDP-leden. Eiser heeft hiermee als Koerd en HDP-lid te maken gehad. HDP-aanhangers staan volgens eiser daarom wel degelijk in de negatieve belangstelling van de Turkse autoriteiten. In dit verband verwijst eiser naar het Algemeen Ambtsbericht Turkije van februari 2025.