ECLI:NL:RBDHA:2025:14749
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voortzetting inbewaringstelling wegens onvoldoende ernstig nadeel
De rechtbank Den Haag behandelde op 23 juli 2025 het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg tot machtiging voortzetting van de inbewaringstelling van cliënt met een psychogeriatrische aandoening (Alzheimer).
Cliënt werd op 16 juli 2025 inbewaring gesteld en verblijft momenteel in een verpleeghuis. De casemanager uitte zorgen over de veiligheid van de echtgenote indien cliënt naar huis zou terugkeren, maar deze is inmiddels ook opgenomen, waardoor het gevaar is weggenomen. Cliënt functioneert zelfstandig binnen de instelling en accepteert zorg; hij is ook bereid thuiszorg te accepteren.
De advocaat van cliënt voerde aan dat het suïciderisico onvoldoende is vastgesteld, er geen gedegen dementieonderzoek is gedaan en alternatieven voor opname mogelijk zijn. De specialist ouderengeneeskunde bevestigde dat cliënt thuis alleen kan terugkeren als hij professionele hulp accepteert.
Gezien het ontbreken van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel en de bereidheid van cliënt tot hulpverlening, concludeert de rechtbank dat niet aan de voorwaarden voor voortzetting van de inbewaringstelling is voldaan. Het verzoek wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: Verzoek tot machtiging voortzetting inbewaringstelling wordt afgewezen wegens onvoldoende ernstig nadeel.