ECLI:NL:RBDHA:2025:14528
Rechtbank Den Haag
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk wegens verjaring in diefstalzaak
De rechtbank Den Haag behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van het wederrechtelijk toe-eigenen van een gitaar op of omstreeks 20 oktober 2018. De vervolging werd gestart op 22 oktober 2018.
Na diverse zittingen in 2019 vond de inhoudelijke behandeling pas plaats op 22 juli 2025. Hoewel de verjaring meerdere malen was gestuit, heeft het Openbaar Ministerie na 22 mei 2019 geen vervolging meer ingesteld totdat in juli 2025 een oproeping werd uitgereikt.
De rechtbank oordeelde dat de vervolging op dat moment verjaard was omdat de verjaringstermijn van zes jaar was overschreden zonder dat er een nieuwe stuiting had plaatsgevonden. Daarom werd het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging van verdachte wegens verjaring van het ten laste gelegde feit.
Uitkomst: Het Openbaar Ministerie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens verjaring van de vervolging.