Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
de Minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. S.H.F. Pols).
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
De minister van Asiel en Migratie heeft op 14 juli 2025 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser heeft hiertegen beroep ingesteld, dat tevens geldt als verzoek om schadevergoeding. Tijdens de zitting op 28 juli 2025 was eiser niet aanwezig en had zijn gemachtigde zich kort voor aanvang schriftelijk afgemeld.
De rechtbank stelt vast dat eiser geen gronden heeft aangevoerd tegen het bestreden besluit. De minister heeft de maatregel gebaseerd op ernstige gronden, waaronder het risico dat eiser zich aan toezicht zal onttrekken, eerdere overtredingen van vreemdelingenwetgeving, en het ontbreken van vaste woon- of verblijfplaats en middelen van bestaan. De rechtbank acht deze gronden feitelijk juist en voldoende gemotiveerd.
Daarnaast heeft de rechtbank ambtshalve getoetst of de maatregel tot het sluiten van het onderzoek onrechtmatig was, maar heeft dit niet vastgesteld. Gezien het ontbreken van betwisting en de juiste motivering verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door rechter S.G.M. van Veen en griffier S.N. Lekatompessij, en is op 1 augustus 2025 in het openbaar bekendgemaakt. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na bekendmaking.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.