ECLI:NL:RBDHA:2025:14416
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvragen wegens Dublinverordening
Eisers hebben beroep ingesteld tegen de besluiten van de minister van Asiel en Migratie om hun aanvragen tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De minister baseerde dit op de Dublinverordening, waarbij Tsjechië als verantwoordelijke lidstaat is aangewezen en een verzoek tot overname door Tsjechië is aanvaard.
Eisers voerden aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet toegepast mag worden vanwege structurele tekortkomingen in het Tsjechische asiel- en opvangsysteem, zoals een tekort aan tolken en beperkte toegang tot juridische bijstand. De rechtbank oordeelde dat deze stellingen onvoldoende onderbouwd zijn met objectieve bronnen en dat de hoge drempel voor het doorbreken van het vertrouwensbeginsel, zoals geformuleerd in het Jawo-arrest van het Hof van Justitie, niet is gehaald.
De rechtbank concludeerde dat de minister terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat Tsjechië zijn verdragsverplichtingen nakomt. Eisers konden niet aannemelijk maken dat zij bij overdracht aan Tsjechië een reëel risico lopen op een schending van artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 EU Pro-Handvest. De beroepen zijn daarom ongegrond verklaard en het niet in behandeling nemen van de aanvragen blijft in stand.
Uitkomst: De beroepen tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvragen worden ongegrond verklaard en de besluiten blijven in stand.