ECLI:NL:RBDHA:2025:14387
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking beroep tegen besluit Minister van Asiel en Migratie
In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van verzoeker om een veroordeling van de minister in de proceskosten. Verzoeker heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van zijn beroep tegen het besluit van de minister van 19 november 2024. Hij heeft het beroep ingetrokken omdat de minister op 27 juni 2025 dit besluit heeft gewijzigd. De rechtbank heeft de minister in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten, maar de minister heeft hierop niet gereageerd. De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.
De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling toe. Zij legt uit dat als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak kan veroordelen in de proceskosten. De rechtbank moet beoordelen of de minister geheel of gedeeltelijk aan verzoeker is tegemoetgekomen. Verzoeker had beroep ingesteld tegen het bestreden besluit waarbij zijn asielaanvraag is ingewilligd, maar de geboortedatum was vastgesteld op [geboortedatum] 2005. De minister heeft op 27 juni 2025 het bestreden besluit gewijzigd en de geboortedatum van verzoeker aangepast naar [geboortedatum] 2006, waarmee de minister tegemoet is gekomen aan het beroep van verzoeker.
De rechtbank wijst het verzoek als kennelijk gegrond toe en bepaalt dat de minister € 907,- aan proceskosten aan verzoeker moet vergoeden, omdat de gemachtigde van verzoeker een beroepschrift heeft ingediend. Er zijn verder geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden. De uitspraak is gedaan door mr. A. Skerka, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. L.S. Lodder, griffier, en is uitgesproken in het openbaar op 25 juli 2025.