ECLI:NL:RBDHA:2025:14343
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek proceskostenvergoeding na niet-tijdige beslissing minister
Verzoeker diende beroep in tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning. Op 27 mei 2025 nam de minister alsnog een besluit, waarna verzoeker het beroep introk en proceskostenvergoeding vorderde. De minister reageerde niet op dit verzoek.
De rechtbank oordeelt dat de minister tegemoet is gekomen aan het beroep door alsnog te beslissen en dat verzoeker daarom recht heeft op vergoeding van proceskosten. Omdat verzoeker een professionele juridische hulpverlener inschakelde, geldt een vast bedrag volgens het Besluit Proceskosten bestuursrecht (Bpb).
Gezien de lichte aard van de zaak past de rechtbank een wegingsfactor van 0,5 toe, wat leidt tot een vergoeding van €453,50. Er zijn geen overige kosten gemaakt die vergoed kunnen worden. De minister wordt veroordeeld tot betaling van dit bedrag.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de minister tot betaling van €453,50 aan proceskosten wegens niet-tijdige beslissing.