ECLI:NL:RBDHA:2025:14339
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek proceskostenvergoeding na niet-tijdige besluitvorming minister
Verzoeker diende een beroep in tegen de minister van Asiel en Migratie vanwege het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf. Op 10 juni 2025 nam de minister alsnog een besluit, waarna verzoeker zijn beroep introk en een verzoek tot proceskostenvergoeding indiende.
De rechtbank oordeelde dat de minister tegemoet was gekomen aan het beroep door alsnog te beslissen, waardoor toewijzing van het verzoek tot proceskostenvergoeding passend was. Omdat verzoeker een professionele juridische hulpverlener had ingeschakeld en de zaak van licht gewicht was, werd een wegingsfactor van 0,5 toegepast op het vaste bedrag volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht.
De rechtbank veroordeelde de minister tot vergoeding van € 453,50 aan proceskosten, inclusief het betaalde griffierecht. Er was geen noodzaak tot het houden van een zitting gelet op de stukken en het procesverloop.
Uitkomst: De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van € 453,50 aan proceskosten aan verzoeker.