ECLI:NL:RBDHA:2025:14318
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig beslissen op asielaanvraag, WBV 2023/3, Ingebrekestelling prematuur, beroep niet-ontvankelijk
Op 24 juli 2025 heeft de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in een zaak waarin eiseres, vertegenwoordigd door haar gemachtigde mr. H. Hassan, beroep heeft ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door de minister van Asiel en Migratie op haar aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel. Eiseres had op 17 maart 2025 een ingebrekestelling ingediend, omdat de minister niet binnen de wettelijk gestelde termijn had beslist. De rechtbank heeft echter geoordeeld dat de ingebrekestelling prematuur was, omdat de beslistermijn voor haar aanvraag, die onder het besluit WBV 2023/3 valt, met negen maanden was verlengd. Hierdoor was de termijn om te beslissen op haar aanvraag nog niet verstreken op het moment van de ingebrekestelling.
De rechtbank heeft vastgesteld dat eiseres niet aan de voorwaarden voor het indienen van een beroep tegen het niet tijdig beslissen door de minister heeft voldaan. De rechtbank heeft daarom het beroep van eiseres kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Tevens is er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is openbaar gemaakt op dezelfde dag en partijen zijn geïnformeerd over de mogelijkheid om in hoger beroep te gaan bij de Raad van State binnen vier weken na de uitspraak.