ECLI:NL:RBDHA:2025:1429
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek digitale hoorzitting in bezwaarprocedure Universiteit Leiden
Verzoeker is in bezwaar gegaan tegen twee besluiten van het college van bestuur van de Universiteit Leiden en wenste een digitale hoorzitting vanwege de lange reistijd vanuit Duitsland. Verweerder, de commissie van bezwaar en beroep, wees dit verzoek af en handhaafde de fysieke hoorzitting.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de weigering tot digitale hoorzitting een procedurebeslissing is in de zin van artikel 6:3 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en niet vatbaar is voor bezwaar of beroep, tenzij deze beslissing de belanghebbende rechtstreeks en los van het voor te bereiden besluit treft. Dit is niet gebleken.
Daarnaast ontbreekt een spoedeisend belang om de voorlopige voorziening toe te wijzen, aangezien verzoeker niet heeft toegelicht waarom de reguliere beroepsprocedure niet kan worden afgewacht. Ook is er geen sprake van evident onrechtmatig handelen van verweerder. Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek af.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en bindt niet in een eventueel bodemgeding. Er is geen hoger beroep of verzet mogelijk tegen deze uitspraak.
Uitkomst: Het verzoek om een digitale hoorzitting wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang en het ontbreken van evident onrechtmatig handelen.