ECLI:NL:RBDHA:2025:1428
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in asielzaak Dublin België
Verzoeker heeft een asielaanvraag ingediend die door de minister niet in behandeling is genomen omdat België verantwoordelijk werd geacht voor de behandeling volgens de Dublin-verordening. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om voorlopige voorziening samen met het beroep op 13 januari 2025. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat de minister de asielaanvraag alsnog in behandeling moet nemen en inhoudelijk beoordelen.
Gezien deze uitspraak is een voorlopige voorziening niet langer nodig en wijst de voorzieningenrechter het verzoek af. De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op €907,-- voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het beroep tegen het bestreden besluit gegrond is verklaard.