Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door de minister van Asiel en Migratie op haar aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf als familie- of gezinslid in het kader van nareis. De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak van 1 november 2024 waarin de minister werd opgedragen binnen twee weken te beslissen.
De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk is, ondanks het ontbreken van een ingebrekestelling, omdat de eerdere uitspraak een uitdrukkelijke beslistermijn bevatte die inmiddels is verstreken. De minister heeft niet binnen deze termijn een besluit genomen, waardoor het beroep gegrond is.
De rechtbank draagt de minister op binnen twee weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen. Tevens wordt een dwangsom van €250 per dag opgelegd, met een maximum van €37.500, voor elke dag dat de minister de beslistermijn overschrijdt. Daarnaast krijgt eiseres een proceskostenvergoeding van €453,50 toegekend wegens het inschakelen van juridische hulp.
De rechtbank wijst het verzoek van de minister om aanhouding van het beroep af, omdat dit de prikkel tot voortvarend beslissen zou wegnemen. De uitspraak is gedaan door rechter R.J.A. Schaaf en griffier J.M. Pattynama op 17 juni 2025.