ECLI:NL:RBDHA:2025:14173
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijk verklaring asielaanvraag wegens internationale bescherming in Duitsland
Eiser heeft op 30 januari 2025 een asielaanvraag ingediend in Nederland, maar de minister verklaarde deze op 14 februari 2025 niet-ontvankelijk omdat eiser reeds internationale bescherming geniet in Duitsland onder een andere naam. Eiser betwist dit en voert aan dat zijn verblijfsstatus in Duitsland is verlopen en dat hij vreest voor vervolging wegens identiteitsfraude en schulden.
De rechtbank oordeelt dat het feit dat eiser internationale bescherming geniet in Duitsland, ook al is dat onder een andere identiteit, betekent dat zijn band met Duitsland groter is dan met Nederland. De rechtbank acht de vrees voor vervolging wegens identiteitsfraude onvoldoende aannemelijk en beschouwt dit als een onzekere toekomstige gebeurtenis die voortvloeit uit eisers eigen keuze.
Verder heeft eiser zijn gezondheidsproblemen en slechte arbeidsomstandigheden in Duitsland onvoldoende onderbouwd. De rechtbank stelt dat eiser zijn rechten in Duitsland kan effectueren en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt, waarbij wordt aangenomen dat de Duitse autoriteiten bescherming bieden aan statushouders.
Daarom blijft de niet-ontvankelijk verklaring van de asielaanvraag in stand en wordt het beroep ongegrond verklaard. Eiser krijgt geen vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de niet-ontvankelijk verklaring van de asielaanvraag.