AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Afwijzing verzoek tot voortzetting crisismaatregel wegens ontbreken psychiatrisch toestandsbeeld
De rechtbank Den Haag heeft op 19 juni 2025 uitspraak gedaan over het verzoek van de officier van justitie tot voortzetting van een crisismaatregel op grond van artikel 7:7 WvggzPro. Betrokkene verbleef op een accommodatie vanwege een eerder genomen crisismaatregel. Tijdens de zitting werd vastgesteld dat betrokkene momenteel geen psychiatrische problematiek vertoont die ernstig nadeel veroorzaakt.
De arts die betrokkene onderzocht, gaf aan dat betrokkene geen psychotische symptomen meer vertoont en dat een voortzetting van de gedwongen opname mogelijk averechts werkt, met een toename van agressie-incidenten tot gevolg. Betrokkene zelf gaf aan dakloos te zijn en benadrukte de noodzaak van een geschikte woonruimte, waarbij zijn advocaat het belang van voortgezet verblijf op de accommodatie onderstreepte.
De rechtbank oordeelde dat verplichte zorg slechts als uiterste middel mag worden toegepast indien er sprake is van ernstig nadeel door een psychische stoornis. Nu dit niet het geval is, en voortzetting niet doelmatig noch effectief is, wees de rechtbank het verzoek af. Betrokkene kan nog enkele dagen op de accommodatie verblijven, waarna uitstroom naar nachtopvang noodzakelijk is. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: Het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel wordt afgewezen wegens ontbreken van een psychiatrisch toestandsbeeld dat tot ernstig nadeel leidt.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/686782 / FA RK 25-4414
Datum beschikking: 19 juni 2025
Afwijzing machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel
Beschikkingnaar aanleiding van het op 16 juni 2025 door de officier van justitie ingediende verzoek tot voortzetting van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 vanPro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene] ,
hierna te noemen: betrokkene,
geboren op [geboortedatum] 1998 te [geboorteplaats] ,
wonende te [woonplaats] ,
thans verblijvende in [accommodatie] te [plaats] ,
advocaat: mr. V.E. de Haas te Schagen.
Procesverloop
Bij verzoekschrift heeft de officier van justitie verzocht om voortzetting van de op 14 juli 2025 genomen crisismaatregel.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
een afschrift van de beschikking van de burgemeester van de gemeente
een op 14 juni 2025 ondertekende medische verklaring van [naam 1] , psychiater, die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij de behandeling betrokken was;
- een uittreksel uit de justitiële documentatie;
- een afschrift van de politiemutaties.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 19 juni 2025. Daarbij zijn de volgende personen gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door mr. B.F. van Es, waarnemend voor zijn advocaat;
- de arts, [naam 2] .
Omdat door de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig werd geacht en het de rechtbank ter zitting is gebleken dat diens aanwezigheid ook niet noodzakelijk was om tot een inhoudelijke beslissing te kunnen komen, is de officier van justitie niet gehoord.
Standpunten ter zitting
Door en namens betrokkene is ter zitting naar voren gebracht dat betrokkene momenteel dakloos is en daarom blij is dat hij op de accommodatie beschikt over een dak boven zijn hoofd. Omdat betrokkene groepsongeschikt is verklaard, is het bijzonder lastig een passende woonplek voor hem te vinden. De advocaat vermeldt dat er een reeks zorgwekkende incidenten heeft plaatsgevonden. Betrokkene wenst daarom geholpen te worden en benadrukt dat hij een woning nodig heeft. Hierdoor acht de advocaat een voortgezet verblijf op de accommodatie van groot belang. De advocaat verzoekt namens betrokkene om het verzoek toe te wijzen, zodat betrokkene in de gelegenheid wordt gesteld om gedurende deze periode een geschikte woonruimte te vinden.
De arts heeft ter zitting naar voren gebracht dat het op dit moment goed lijkt te gaan met betrokkene en dat hij niet langer psychotische symptomen vertoont. Gesprekken met hulpverleners verlopen echter moeizaam. Dit komt niet voort uit psychiatrische problematiek, maar wordt verklaard door een afweermechanisme dat betrokkene hanteert ten aanzien van hulpverleners. De arts stelt dat een gedwongen opname een averechts effect kan hebben en tot een toename van agressie-incidenten kan leiden. De arts verzoekt de rechtbank om het verzoek af te wijzen. Betrokkene kan nog enkele dagen op de accommodatie verblijven, maar aangezien er momenteel geen sprake is van psychiatrische problematiek, zal hij op korte termijn moeten uitstromen naar een nachtopvang.
Beoordeling
Op grond van artikel 3:3 WvggzPro kan verplichte zorg als uiterste middel worden verleend, indien het gedrag van een persoon als gevolg van zijn psychische stoornis leidt tot ernstig nadeel. Uit hetgeen ter zitting is besproken is gebleken dat er op dit moment bij betrokkene niet langer sprake is van een psychiatrisch toestandsbeeld dat tot ernstig nadeel leidt. Betrokkene vertoont op dit moment geen psychotische symptomen. Daar komt bij dat, gelet op de verklaring van de arts, een langere gedwongen opname een averechts effect op betrokkene kan hebben waardoor voortzetting van de crisismaatregel doelmatig noch effectief is. Het verzoek zal daarom worden afgewezen.
Beslissing
De rechtbank wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. T.E.F. Reijnders, rechter, bijgestaan door mr. A. Laverman als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 19 juni 2025.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 1 juli 2025.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.