ECLI:NL:RBDHA:2025:14103
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voortzetting inbewaringstelling bij Lewylichaampjesziekte
De rechtbank Den Haag behandelde op 17 juli 2025 het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg tot machtiging voortzetting van de inbewaringstelling van cliënt met een vergevorderde Lewylichaampjesziekte. Cliënt verbleef in een zorgaccommodatie en werd vertegenwoordigd door zijn advocaat. De specialist ouderengeneeskunde en de echtgenote van cliënt werden gehoord.
Cliënt ervaart de opname als onaangenaam en de advocaat betoogde dat voortzetting van de inbewaringstelling niet noodzakelijk is. De specialist ouderengeneeskunde bevestigde de ernstige zorgbehoefte en fysieke afhankelijkheid van cliënt, maar stelde dat een procedure op grond van artikel 21 Wzd Pro een passender alternatief is. De echtgenote gaf aan dat de thuissituatie onhoudbaar is geworden door escalatie en agressie.
De rechtbank concludeerde dat hoewel opname noodzakelijk is vanwege het ernstig nadeel door de psychogeriatrische aandoening, voortzetting van de inbewaringstelling niet proportioneel is. Cliënt verzet zich niet expliciet tegen verblijf, maar instemt ook niet. Daarom werd het verzoek afgewezen en werd een procedure op grond van artikel 21 Wzd Pro als geschikter beschouwd.
Uitkomst: Het verzoek tot machtiging voortzetting van de inbewaringstelling wordt afgewezen wegens disproportionaliteit.