Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2025:14084

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
30 juli 2025
Publicatiedatum
30 juli 2025
Zaaknummer
NL25.16165
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid voorlopige voorziening bij ingetrokken beroep verblijfsvergunning asiel

Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de Minister van Asiel en Migratie in de algemene procedure niet-ontvankelijk werd verklaard. Hiertegen stelde verzoeker beroep in en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.

Tijdens de procedure trok verzoeker het beroep in. Ondanks verzoeken van de rechtbank om te bevestigen of het verzoek om een voorlopige voorziening gehandhaafd werd, werd hier niet op gereageerd. De rechtbank concludeerde daarom dat verzoeker het verzoek wilde handhaven, maar vanwege het ingetrokken beroep ontbrak de noodzakelijke connexiteit.

De voorzieningenrechter verklaarde het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan zonder zitting en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan connexiteit na intrekking van het beroep.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.16165

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker] , V-nummer: [v-nummer] , verzoeker

(gemachtigde: mr. J.I.T. Sopacua),
en

de Minister van Asiel en Migratie, verweerder

Procesverloop

1. Verzoeker heeft een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Bij besluit van 28 maart 2025 heeft verweerder deze aanvraag in de algemene procedure niet-onvankelijk verklaard.
1.1.
Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
1.2.
De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting [1] .

Overwegingen

1.3.
Bij bericht van 2 mei 2025 heeft verzoeker het beroep met kenmerk NL25.16163 ingetrokken. De rechtbank heeft verzoeker op 21 mei 2025 en 26 juni 2025 gevraagd of hij het verzoek om een voorlopige voorziening wil handhaven. Hier is niet op gereageerd. De rechtbank gaat er daarom vanuit dat verzoeker zijn verzoek wil handhaven.
1.4.
Nu eiser zijn beroep heeft ingetrokken, zal het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk worden verklaard vanwege een gebrek aan connexiteit. [2]
1.5.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Garabitian, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. J.R. Froma, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
2.Artikel 8:81 Awb Pro.