Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Algerijnse nationaliteit dragende persoon, is sinds 2 juni 2025 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank heeft eerder de rechtmatigheid van deze maatregel tot 11 juni 2025 getoetst en nu beoordeeld of het voortduren van de maatregel daarna gerechtvaardigd is.
Eiser betoogt dat verweerder onvoldoende voortvarend handelt bij het uitzettingsproces, onder meer vanwege onvolledige verslaglegging van vertrekgesprekken en onduidelijkheid over de medewerking van Algerije aan het verstrekken van laissez-passer. De rechtbank stelt vast dat verweerder meerdere uitzettingshandelingen heeft verricht, waaronder rappelverzoeken aan Algerijnse autoriteiten en vertrekgesprekken met eiser.
De rechtbank concludeert dat er voldoende zicht is op uitzetting binnen een redelijke termijn en dat eiser niet actief meewerkt aan zijn terugkeer. De voortzetting van de maatregel van bewaring is daarom niet onrechtmatig. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Een proceskostenveroordeling wordt niet opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.