ECLI:NL:RBDHA:2025:13986
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen verlening omgevingsvergunning dakopbouw woning in beschermd stadsgezicht
De zaak betreft een beroep van omwonenden tegen een door het college van burgemeester en wethouders van Den Haag verleende omgevingsvergunning voor het vergroten van een woning door het maken van een dakopbouw aan een woning in een beschermd stadsgezicht.
Eisers stelden dat het besluit onzorgvuldig tot stand is gekomen, dat het bouwplan in strijd is met het bestemmingsplan en met redelijke eisen van welstand. De rechtbank oordeelt dat het college de vergunning op juiste gronden heeft verleend, waarbij het bouwplan voldoet aan de maximale goot- en nokhoogte en de welstandscommissie na aanpassing van het ontwerp positief heeft geadviseerd.
De rechtbank verwierp de stelling dat de bezwaarprocedure onzorgvuldig was, aangezien het procesdossier compleet was en bezwaren van derden die niet via de juiste weg waren ingediend niet meewegen. Ook was er geen sprake van willekeur in de welstandstoetsing die het college niet had mogen overnemen.
Verder oordeelde de rechtbank dat het bouwplan niet in strijd is met het bestemmingsplan, waarbij de dakopbouw is toegestaan binnen de maximale bouwhoogte en dat het dakterras onderdeel is van de vergunningaanvraag. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en de vergunning blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de omgevingsvergunning voor de dakopbouw is ongegrond verklaard en de vergunning blijft in stand.