ECLI:NL:RBDHA:2025:13893
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing opvolgende asielaanvraag van lid IPOB wegens gebrek aan nieuwe relevante elementen
Eiser, een Nigeriaanse staatsburger en lid van de IPOB-beweging, diende op 19 april 2025 een opvolgende asielaanvraag in. Verweerder verklaarde deze aanvraag op 19 mei 2025 niet-ontvankelijk omdat er geen nieuwe relevante elementen waren die de eerdere afwijzing konden beïnvloeden.
Eiser voerde aan dat nieuw videomateriaal, waaruit zou blijken dat zijn huis door het Nigeriaanse leger was verwoest, een nieuw en relevant element vormde. De rechtbank oordeelde echter dat dit videomateriaal niet afdoet aan het eerdere besluit, mede omdat de verklaringen van eiser over het materiaal niet consistent waren met eerdere verklaringen.
De rechtbank volgde de uitleg van het arrest L.H. van het HvJEU, waarbij eerst moet worden vastgesteld of er nieuwe elementen zijn en vervolgens of deze de kans op internationale bescherming aanzienlijk vergroten. De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht de aanvraag niet-ontvankelijk heeft verklaard.
Omdat het beroep ongegrond werd verklaard, wees de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening af. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open voor het verzoek om voorlopige voorziening.
Uitkomst: De opvolgende asielaanvraag is terecht niet-ontvankelijk verklaard en het beroep is ongegrond verklaard.