Uitspraak
Rechtbank den haag
1.VVNL Vereniging Veiligheidsdomein Nederland te Maastricht,
,
Rechtbank Den Haag
Eiseressen, partijen bij de cao Veiligheidsdomein (VD), vorderden in kort geding dat het besluit van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid om hun verzoek tot algemeen verbindend verklaring (avv) van de cao VD af te wijzen, buiten werking zou worden gesteld. De minister had het verzoek afgewezen omdat de cao VD werkingssfeeroverlap veroorzaakt met de doorgaans algemeen verbindend verklaarde cao Particuliere Beveiliging (PB).
De minister baseerde zijn besluit op paragraaf 6.2.1 van het Toetsingskader AVV, waarin is bepaald dat avv-verzoeken die werkingssfeeroverlap veroorzaken met een reeds algemeen verbindend verklaarde of doorgaans avv-cao worden afgewezen. Eiseressen stelden dat deze beleidslijn onrechtmatig is en leidt tot een onwettige categorale uitsluiting van nieuwe cao’s, waardoor een level playing field ontbreekt.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de minister beleids- en beoordelingsvrijheid heeft en dat het besluit niet in strijd is met hogere regelgeving of algemene beginselen van behoorlijk bestuur. De minister hoeft niet actief te bemiddelen bij het oplossen van werkingssfeeroverlap en kan besluiten het verzoek af te wijzen indien geen zicht is op een snelle oplossing. De kwalificatie van de cao PB als doorgaans avv-cao is niet onredelijk.
De vorderingen van eiseressen werden afgewezen en zij werden veroordeeld tot betaling van proceskosten. Het vonnis bevestigt dat de minister het avv-beleid conform het Toetsingskader AVV heeft toegepast en dat de werkingssfeeroverlap tussen cao’s een gegronde reden is voor afwijzing van avv-verzoeken.
Uitkomst: Het besluit van de minister om het verzoek tot algemeen verbindend verklaring van de cao Veiligheidsdomein af te wijzen wordt bevestigd.