Uitspraak
uitspraak van de voorzieningenrechter van 29 januari 2025 in de zaak tussen
[verzoeker] , v-nummer: [nummer] , verzoeker
de minister van Asiel en Migratie
Inleiding
.
Rechtbank Den Haag
Verzoeker heeft meerdere keren een voorlopige voorziening gevraagd tegen zijn overdracht aan Duitsland op grond van de Dublin-verordening. De minister van Asiel en Migratie heeft besloten dat Duitsland verantwoordelijk is voor de asielaanvraag van verzoeker en wil hem overdragen. Eerdere verzoeken tot voorlopige voorziening op 20 en 24 januari 2025 zijn afgewezen.
Verzoeker heeft geen nieuwe of wezenlijk andere gronden aangevoerd in het derde verzoek. De voorzieningenrechter heeft daarom besloten het verzoek af te wijzen. De overdracht stond gepland voor 30 januari 2025, waarop de voorzieningenrechter zonder zitting uitspraak deed wegens onverwijlde spoed.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter G.W.B. Heijmans.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen overdracht aan Duitsland wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe gronden.