ECLI:NL:RBDHA:2025:13782
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen ambtshalve oordeel over niet-ontvankelijk verklaarde bezwaren Wht
Eiser heeft aanvragen ingediend voor afbetaling van schulden op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). Besluiten van 30 maart 2023 wezen gedeeltelijk af en keurden gedeeltelijk goed. Op 22 maart 2024 diende eiser een processtuk in met het opschrift 'voorlopig bezwaarschrift c.q. verzoek tot herziening'. Verweerder verklaarde deze bezwaren op 16 mei 2024 niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de termijn, maar ging ambtshalve in op de inhoud.
Eiser maakte op 13 juni 2024 bezwaar tegen deze besluiten van 16 mei 2024, maar verweerder stelde dat geen bezwaar mogelijk was tegen ambtshalve beoordelingen. Eiser stelde beroep in tegen deze standpunten. De rechtbank oordeelt dat het stuk van 22 maart 2024 geen herzieningsverzoek bevat, maar alleen een bezwaarschrift. De bezwaren waren terecht niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening.
De besluiten van 16 mei 2024 zijn geen primaire besluiten op een herzieningsverzoek, zodat de daaropvolgende brieven van verweerder ook geen besluiten op bezwaar zijn. Tegen deze brieven staat geen beroep open. Het beroep wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard. Eiser krijgt het griffierecht niet terug en geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het processtuk geen herzieningsverzoek bevatte.