ECLI:NL:RBDHA:2025:13778
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoeken om overneming en afbetaling schulden op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen
Eiseres, gedupeerde van de kinderopvangtoeslagaffaire, heeft compensatie ontvangen en verzocht om terugbetaling en overneming van diverse schulden. De minister van Financiën wees deze verzoeken af omdat de schulden niet voldeden aan de voorwaarden van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht), zoals ontstaan en opeisbaarheid binnen de referteperiode en het gebruik van het compensatiebedrag voor aflossing.
De rechtbank oordeelt dat schulden aan de Belastingdienst, kredietverstrekker, drinkwaterbedrijf en incassobureau niet met het compensatiebedrag zijn afgelost en daarom niet in aanmerking komen. Voor de schuld aan de dochter ontbreekt objectief bewijs dat deze binnen de referteperiode opeisbaar was. De verzoeken tot overneming van schulden aan DUO, een bedrijf en de zus van eiseres worden eveneens afgewezen wegens onvoldoende bewijs van opeisbaarheid of het feit dat het geen schuld van eiseres betreft.
Eiseres voerde aan dat de hardheidsclausule toegepast had moeten worden en dat het zorgvuldigheids- en vertrouwensbeginsel waren geschonden. De rechtbank vindt dat de huidige situatie van eiseres geen ernstige onbillijkheid oplevert en dat zij zelf nalatig was in het tijdig aanleveren van bewijsstukken. De beroepen worden ongegrond verklaard, met als gevolg dat eiseres geen proceskostenvergoeding ontvangt.
Uitkomst: De beroepen van eiseres tegen de afwijzing van haar aanvragen om overneming en afbetaling van schulden worden ongegrond verklaard.